Ontwikkelingen toegankelijkheid UBO-register

Laura

van Kesteren

Assistent / AA-accountant in-opleiding

Laura

van Kesteren

Assistent / AA-accountant in-opleiding

In september 2020 is de UBO-wetgeving in werking getreden. In het UBO-register worden de Ultimate Benificial Owners van een organisatie ingeschreven. Dit zijn de personen of belanghebbenden die zeggenschap hebben in de betreffende organisatie. Het doel van deze wetgeving is het voorkomen van fraude en witwassen. Per 27 maart 2022 diende UBO’s van verenigingen, stichtingen en ondernemingen zich in te schrijven in het UBO-register.

Er is veel ophef geweest op deze Europese anti-witwasrichtlijn vanwege privacy schending. Het gerechtshof Den Haag heeft na een kort geding van Stichting Privacy First geoordeeld dat het Nederlandse UBO-register niet buiten werking hoeft te worden gesteld. Echter, het Europese Hof van Justitie heeft vervolgens op 22 november 2022 geoordeeld dat de Europese UBO-wetgeving wel degelijk een schending is van de privacy en van de bescherming van persoonsgegevens. Het Europese Hof heeft naar aanleiding hiervan een streep gezet door de algemene openbaarheid van het register.

Op 21 december 2022 heeft het Nederlandse kabinet voor het eerst gereageerd op de uitspraak van het Europese hof. Sinds de uitspraak van het hof heeft geen enkele partij toegang meer tot de informatieverstrekking vanuit het UBO-register. Aangezien lidstaten zelf mogen bepalen om in hun eigen nationale wetgeving verder te gaan dan de Europese richtlijn, mag Nederland zelf bepalen over de toegankelijkheid van het UBO-register. Minister Kaag meldt aan de hand van de eerste analyse dat de toegankelijkheid wordt beperkt tot de volgende drie categorieën: (1) bevoegde autoriteiten, (2) meldingsplichtige instellingen, en (3) personen en organisaties die een legitiem belang aan kunnen tonen in een betreffende organisatie.

Op 20 januari 2023 volgde een kamerbrief van Minister Kaag over de ontwikkelingen van hoe het kabinet omgaat met de uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Het kabinet is momenteel bezig met een wetsvoorstel voor artikel 21 van het Handelsregisterwet 2007. Dit zal betekenen dat niet iedereen meer toegang heeft tot het UBO-register, maar alleen de personen die een legitiem belang in de betreffende organisatie kunnen aantonen. Bevoegde autoriteiten zoals de Belastingdienst (categorie 1) en meldingsplichtige instellingen zoals accountantskantoren (categorie 2) hadden toegang en behouden deze toegang tot het UBO-register. Meldingsplichtige instellingen behouden dus de terugmeldverplichting en blijven verplicht om de UBO’s te controleren voor het klantcontactonderzoek.

Wat betekent de uitspraak van het Europese Hof van Justitie voor jou als UBO?

De uitspraak van het Europese Hof van Justitie verandert niks aan de verplichting voor het inschrijven van de UBO’s van jouw organisatie. Iedere UBO van een organisatie dient dus nog steeds ingeschreven en actueel te zijn. De sancties voor het niet inschrijven van een UBO blijven daarmee ook bestaan.

Wel zorgt de uitspraak van het Europese Hof van Justitie ervoor dat alleen bevoegde autoriteiten, meldingsplichtige instellingen en belanghebbenden toegang hebben tot jouw UBO-gegevens. Deze zijn per 22 november 2022 dus niet meer openbaar toegankelijk.