De regels voor de huurtoeslag zijn sinds 1 januari 2026 op meerdere punten gewijzigd. Daardoor kunnen meer huishoudens recht hebben op huurtoeslag, maar kan de berekening ook anders uitpakken dan voorheen. In deze blog lichten we de belangrijkste wijzigingen toe aan de hand van herkenbare praktijksituaties.

De belangrijkste wijziging: geen harde huurgrens meer

Sinds 2026 geldt er geen maximale huurgrens meer om in aanmerking te komen voor huurtoeslag. In plaats daarvan wordt de huurtoeslag geleidelijk afgebouwd naarmate de huur stijgt. Dat betekent dat ook bij hogere huren nog recht kan bestaan op huurtoeslag, al valt de toeslag mogelijk lager uit.
Daardoor is ook voor studenten in meer gevallen huurtoeslag mogelijk. Een paar voorbeelden:

 

Situatie 1: samen één woning huren

Een veelvoorkomende situatie is dat twee personen samen een woning huren, bijvoorbeeld vrienden of studenten.
De Belastingdienst ziet deze personen in principe niet als toeslagpartners, maar als medebewoners. De gevolgen:

  • Huurtoeslag wordt per woning aangevraagd, niet per persoon.
  • Slechts één van de bewoners kan de toeslag aanvragen.
  • Het gezamenlijke inkomen telt volledig mee.
  • Niet te hoog vermogen in box 3 (max. ca. € 38.000).

 

Situatie 2: studentenhuis of meerdere bewoners

Bij een studentenhuis of andere gedeelde woonvorm gelden vergelijkbare uitgangspunten.

  • Er is sprake van één gezamenlijke huishouding.
  • Slechts één persoon kan huurtoeslag aanvragen.
  • Het inkomen van alle bewoners telt mee.
  • Geen bewoner mag een te hoog vermogen hebben in box 3.

Belangrijk om te weten is dat het systeem met inkomensgrenzen niet onbeperkt meegroeit met het aantal bewoners. Een groter aantal bewoners betekent dus niet automatisch meer recht op huurtoeslag.
Voor jongeren kan de wijziging positief uitpakken. Sinds 2026 geldt de lagere huurgrens alleen nog voor bewoners tot 21 jaar. Voorheen lag deze grens op 23 jaar.

 

Situatie 3: kamer huren (hospitaverhuur)

Een derde veelvoorkomende situatie is kamerhuur, bijvoorbeeld bij een hospita of eigenaar-bewoner.
De belangrijkste toets blijft of sprake is van een zelfstandige woning:

  • Eigen toegang.
  • Eigen keuken.
  • Eigen badkamer.

Ontbreken deze voorzieningen en worden ze gedeeld, dan is sprake van onzelfstandige woonruimte. In dat geval bestaat in de praktijk meestal geen recht op huurtoeslag. Deze regel is in 2026 niet gewijzigd.

 

Let op: kale huur is bepalend

Een minder zichtbare, maar belangrijke wijziging is dat servicekosten niet langer meetellen voor de huurtoeslag. Er wordt uitsluitend gekeken naar de kale huur. Dit is met name relevant bij studentenwoningen of gedeelde woningen waar de huurprijs vaak uit meerdere componenten bestaat.

 

Waar moet je op letten?

Bij de beoordeling van het recht op huurtoeslag spelen de volgende factoren een rol:

  • De kale huurprijs.
  • Het gezamenlijke inkomen.
  • Het vermogen van de bewoners.
  • De vraag of sprake is van een zelfstandige woning.
  • De samenstelling van het huishouden (toeslagpartners of medebewoners).

 

Met de wijzigingen die sinds 2026 gelden, is het huurtoeslagsysteem flexibeler geworden. Tegelijkertijd is de beoordeling in sommige situaties complexer, met name bij gedeelde woonvormen. Twijfel je of er recht bestaat op huurtoeslag? Laat jouw situatie beoordelen. De uitkomst is namelijk sterk afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden.